Besluit diergezondheid · Besluit diergezondheid
Besluit diergezondheid Art. 2.1Verdenking
Hoofdstuk 2 Besmette en van besmetting verdachte dieren
1 Onze Minister wijst een dier of groep dieren aan als verdacht van besmetting met een dierziekte of zoönose als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de wet , anders dan een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/429, indien: a. uit klinisch, post-mortem- of laboratoriumonderzoeken blijkt dat een of meer klinische tekenen of post-mortemlaesies of histologische bevindingen op die ziekte wijzen; b. een of meer resultaten van een diagnostische methode op de waarschijnlijke aanwezigheid van de ziekte in een monster van een dier of een groep dieren wijzen; of c. er een epidemiologisch verband met een bevestigd geval is vastgesteld.
2 Onze Minister trekt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid in, indien: a. er geen agens, antigeen of indirecte immunologische reactie is aangetoond; of b. Onze Minister anderszins de overtuiging heeft gekregen dat het dier niet aan een ziekte als bedoeld in de aanhef van het eerste lid lijdt.