Regeling plantgezondheid · Regeling plantgezondheid
Regeling plantgezondheid Art. 28
§ 3.6 Valse meeldauw en koprot
1 Het is degene die een productielocatie in gebruik heeft verboden een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is: a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m 2 , minimaal 1.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of b. verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m 2 , minimaal 2.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw.
2 Degene die een productielocatie in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde aantasting.
Historique des modifications
- In werking sinds 2023-03-29