Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen Art. 3
Hoofdstuk 2 Ontwerp amateurbouwluchtvaartuigen
1 Het ontwerp van een zelf ontworpen amateurbouwluchtvaartuig voldoet aan een gelijkwaardig veiligheidsniveau als het veiligheidsniveau dat gewaarborgd wordt door de luchtwaardigheidseisen voor: a. ballonnen: CS-31HB; b. zweefvliegtuigen: CS-22; c. motorzweefvliegtuigen: CS-22; d. lichte sportvliegtuigen: CS-LSA; e. zeer lichte vliegtuigen: CS-VLA; f. kleine vliegtuigen, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-23; g. zeer lichte helikopters: CS-VLR; h. kleine helikopters, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-27; of i. replica's: oorspronkelijke certificatiebasis.
2 Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.