Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020 · Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020
Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020 Art. 21Ontheffing
§ 3 Procedureel kader indienststelling
1 Artikel 20 is, met uitzondering van het vierde lid, van overeenkomstige toepassing op een ontheffing als bedoeld in de artikelen 26f, eerste en tweede lid , 26k, vijfde lid , of 26q, vierde en zesde lid, van de wet .
2 Bij een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 26q, vierde lid, van de wet , wordt in ieder geval bijgevoegd: a. een beschrijving van het inzetgebied waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd; b. de beschouwing van de soortgelijke netwerkkenmerken van het desbetreffende inzetgebied met de infra in de aangrenzende lidstaat aan de hand van door de ERA gepubliceerde RINF-informatie en de netwerkverklaring en grensbaanvakovereenkomsten op het logistiek portaal van ProRail; en c. een verklaring van de op grond van artikel 26v, eerste lid, van de wet aangewezen instantie dat het spoorvoertuig compatibel is met het betreffende inzetgebied.
Historique des modifications
- In werking sinds 2024-08-01