Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Tra Art. 3Plaatsvervanging
Paragraaf 2 Organisatie
1 Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur Toezicht en opsporing bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.
2 Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3 Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4 Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider zijn de overige teamleiders van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5 Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal.
Historique des modifications
- In werking sinds 2023-10-07