Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020 · Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020
Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020 Art. 4Voorbehouden aan de Minister
§ 3 Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging
1 Mandaat in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen en ondertekenen van stukken bestemd voor: a. de Koning; b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en de daaruit gevormde onderraden en commissies; c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; d. een Minister of een Staatssecretaris; e. de Raad van State (van het Koninkrijk), behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. de Algemene Rekenkamer, behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. de Nationale ombudsman; h. autoriteiten in binnen- en buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan de Minister.
2 De secretaris-generaal kan de stukken bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen de Minister en de secretaris-generaal. In dat geval ondertekent de secretaris-generaal de stukken op de in artikel 16, vierde lid , voorgeschreven wijze.