Wet bronbelasting 2021 · Wet bronbelasting 2021
Wet bronbelasting 2021 Art. 3.3Heffingsgrondslag renten
Hoofdstuk 3 Heffingsgrondslag
1 De voordelen in de vorm van renten zijn de vergoedingen van welke aard dan ook – kosten daaronder begrepen – uit hoofde van geldleningen verschuldigd door: a. een in Nederland gevestigde aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige; of b. een niet in Nederland gevestigde aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige voor zover de met die vergoedingen corresponderende lasten worden toegerekend aan een vaste inrichting in Nederland.
2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een geldlening verstaan: een schuld die voortvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst.
3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vaste inrichting mede verstaan: onroerende zaken, rechten, schuldvorderingen en werkzaamheden als bedoeld in artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 .
Historique des modifications
- In werking sinds 2022-01-01