Regeling tachografen · Regeling tachografen
Regeling tachografen Art. 3:3Manipulatiecontrole
Hoofdstuk 3 Procedure van werkzaamheden
1 De tachograaftechnicus beoordeelt tijdens de werkzaamheden of de tachograaf is gemanipuleerd en of er manipulatieapparatuur aanwezig is.
2 De manipulatiecontrole bestaat uit de volgende elementen: a. controle op aanwezigheid van manipulatieapparatuur; b. controle parameters tachograaf in overeenstemming met het installatieplaatje; c. controle op verbroken of niet aanwezige verzegelingen; d. controle op beschadigingen van de installatie die de integriteit van de tachograaf in twijfel trekken; e. controle op aanwezige voorvallen en gebeurtenissen in de tachograaf die duiden op manipulatie met behulp van de afdruk; en f. verificatie van de bewegingssensor om manipulatieapparatuur detecteren.
3 Vaststelling van manipulatie dan wel aanwezigheid van manipulatieapparatuur wordt zo spoedig mogelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt formulier.