Besluit activiteiten leefomgeving · Besluit activiteiten leefomgeving
Besluit activiteiten leefomgeving Art. 8.27(afstanden bij boren)
§ 8.2.2 Kabels en leidingen
1 Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de weg is bij een boring de afstand tussen de bovenkant van de verharding en de bovenkant van de leiding of kabel ten minste 2,5 m.
2 Een boring wordt op ten minste 5 m afstand van een andere kabel of leiding verricht.