Bibliothèque juridique et analyse de dossiers · Autriche · Belgique · Union européenne
LAWxPERT Connexion Compte gratuit

Besluit activiteiten leefomgeving · Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit activiteiten leefomgeving Art. 4.1038(externe veiligheid: opslaan van vuurwerk van categorie F4)

§ 4.102 Opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik

En vigueurTexte officiel

1 Met het oog op het waarborgen van de veiligheid hebben een bewaarplaats en een bufferbewaarplaats voor vuurwerk van categorie F4: a. geen vloeren en wanden met scheuren of kieren; b. wanden die glad zijn afgewerkt zonder horizontale lijsten of randen en vloeren die zijn afgewerkt met een deklaag die weinig aan slijtage onderhevig is; c. bij de ingang een aardingsmogelijkheid; d. een beveiliging tegen blikseminslag met een bliksemafleidingsinstallatie volgens NEN-EN-IEC 62305, delen 1 tot en met 4, die eenmaal per jaar wordt gecontroleerd; e. een leiding voor het aarden van werktuigen, die is verbonden aan een aardelektrode volgens NEN-EN-IEC 62305, delen 1 tot en met 4, die niet wordt toegepast voor de bliksemafleidingsinstallatie; f. op de gevel een stralingsbelasting als gevolg van een brand buiten de bewaarplaats of bufferbewaarplaats van ten hoogste 15 kW/m 2 ; en g. een vonkvrije vloer met een weerstand van ten hoogste 10.000.000 Ohm als het gaat om een bewaarplaats en 1.000.000 Ohm als het gaat om een bufferbewaarplaats.

2 De weerstand van een vloer wordt ten minste eenmaal per zes maanden gemeten door een onafhankelijke deskundige.

3 Een bewaarplaats en een bufferbewaarplaats als bedoeld in het eerste lid: a. hebben ventilatieopeningen die zijn afgeschermd met vlamkerende roosters; b. hebben ventilatieopeningen waarvan de totale oppervlakte niet minder is dan 0,5% van de vloeroppervlakte; c. hebben ventilatie-installaties en afzuiginstallaties: 1°. waarin geen stoffen kunnen ophopen met gevaar voor brand of explosie; 2°. waarvan de weerstand, gemeten tussen elk deel van die installaties en de aardleiding, niet meer is dan 1 Ohm; en 3°. die eenmaal per jaar worden gecontroleerd door een onafhankelijke deskundige; d. hebben een elektrische installatie: 1°. met een permanent karakter en vaste leidingen die buiten handbereik zijn geplaatst en tegen stoten zijn beschermd; 2°. waarvan een bovengrondse leiding ligt op een afstand van ten minste 15 m; 3°. met schakelinrichtingen, verdeelinrichtingen en contactdozen die zich buiten de bewaarplaats en bufferbewaarplaats bevinden op een schakelbord met een hoofdschakelaar waarmee de gehele installatie kan worden uitgeschakeld; en 4°. die is verdeeld in groepen die kunnen worden ingeschakeld en uitgeschakeld met behulp van groepschakelaars op het schakelbord; en e. hebben een centrale verwarming die gebruik maakt van water onder lage druk en een warmtebron die is gelegen op ten minste 15 m van de bewaarplaats of bufferbewaarplaats, of een elektrische verwarming met afgesloten radiatoren die een oppervlaktetemperatuur hebben van ten hoogste 100 °C.