Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen en veilighei Art. 12Voorwaarden uitoefening mandaat
Paragraaf 5 Overige bepalingen
1 De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels alsmede met inachtneming van de aan de uitoefening van het mandaat gestelde regels en de daaraan verbonden instructies.
2 De mandataris is gehouden de gestelde regels en instructies op te volgen.