Besluit buitengewoon agent van politie KMAR/Caribisch Nederl Art. 6
De buitengewoon agent van politie is, zodra hij met goed gevolg de opleiding aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden heeft voltooid, bevoegd bij het opsporen van de in artikel 3 genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 10, tweede lid , juncto artikel 13 van de Rijkswet Politie . Hij gedraagt zich overeenkomstig de op hem van toepassing zijnde Ambtsinstructie.