Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen en genetisch gemodif Art. 3
1 De raadpleging, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening (EU) 2015/2283, geschiedt bij Onze Minister, volgens de procedurele stappen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van verordening (EU) 2015/2283.
2 Onze Minister neemt een besluit over het al dan niet binnen het toepassingsgebied van verordening (EU) 2015/2283 vallen van een levensmiddel als bedoeld in het eerste lid.
3 De bevoegde instantie, bedoeld in hoofdstuk II van verordening (EG) 1829/2003 , is Onze Minister.
4 Onze Minister kan nadere regels stellen inzake het eerste en tweede lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EU) 2015/2283 gestelde voorschriften.