Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige pl Art. 3.4Aanwezigheid
§ 3.2 Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan
1 Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een afscheiding als die rand meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water.
2 Een trap heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding.
3 Een hellingbaan heeft, voor zover een zijkant van de vloer meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding.
4 Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan: a. een trap, of b. een hellingbaan.
5 Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor: a. een rand van een podium; b. een rand van een vloer die aan een bassin grenst; c. een rand van een laadvloer; d. een rand van een perron, en e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d gelijk te stellen rand van een vloer.