Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 Art. 62
Paragraaf 3.4 De verstrekking van gegevens
1 De diensten zijn in het kader van een goede taakuitvoering bevoegd om omtrent door of ten behoeve van de dienst verwerkte gegevens mededeling te doen aan: a. Onze Ministers wie deze aangaan; b. andere bestuursorganen wie deze aangaan; c. andere personen of instanties wie deze aangaan; d. daarvoor in aanmerking komende inlichtingen- en veiligheidsdiensten van andere landen waarmee een samenwerkingsrelatie als bedoeld in artikel 88, eerste lid , wordt onderhouden, alsmede andere daarvoor in aanmerking komende internationale beveiligings-, verbindingsinlichtingen- en inlichtingenorganen.
2 Een mededeling als bedoeld in het eerste lid geschiedt door Onze betrokken Minister, indien de aard van de mededeling daartoe aanleiding geeft.
3 Onverminderd de mededeling, bedoeld in het eerste lid, kan van door de diensten verwerkte gegevens voorts slechts mededeling worden gedaan in de gevallen voorzien bij deze wet.
Historique des modifications
- In werking sinds 2018-05-01