Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel Art. 29Intrekking
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen
Ingetrokken worden:
a. de ministeriële regeling van 28 augustus 1974, nr. 983972/978688 (Stationering van opvarenden van Nederlandse onderzeeboten die onder FOSM opereren); b. de Tijdelijke maatregel financiële voorzieningen Verenigde Staten van Amerika en Canada; c. de ministeriële regeling van 27 juni 1986, nr. PB86/1510/2897 (Voorzieningen voor in het buitenland geplaatst burgerpersoneel); d. de Regeling aanvullende toelage-buitenland militairen zeemacht, onderscheidenlijk de Regeling aanvullende toelage-buitenland militairen land- en luchtmacht; e. de Regeling aanvullende voorzieningen Goose Bay; f. de ministeriële regeling van 5 september 1984, nr. PP84/001/4382 (Aanvullende maandelijkse tegemoetkoming AFCENT); g. het DBZ Voorzieningenstelsel Defensie (DBZV-DEF); h. de Regeling faciliteiten genees- en tandheelkundige verstrekkingen buitenland; i. de Regeling Voorzieningen UNTSO-waarnemers en j. de ministeriële regeling van 25 februari 1982, nummer PP82/002/781 (Regeling Voorlopige voorzieningen Sinaï).