Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch Art. 7
§ 5 Voorbehouden handelingen
1 De bachelor medisch hulpverlener is bevoegd tot: a. het geven van een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie; b. het verrichten van een catheterisatie van de blaas bij volwassenen alsmede het inbrengen van een maagsonde of een infuus; c. het verrichten van een venapunctie; d. het verrichten van electieve cardioversie; e. het verrichten van de volgende handelingen in het kader van acute zorg: i. het toepassen van defibrillatie; ii. het in-, of extuberen van de luchtpijp met een orale of nasale tube; iii. het toepassen van een drainagepunctie bij een spanningspneumathorax.
2 De bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, geldt uitsluitend voor zover het betreft: a. handelingen die vallen binnen het deskundigheidsgebied, bedoeld in artikel 6 ; b. handelingen van een beperkte complexiteit; c. routinematige handelingen; d. handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn; e. handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.