Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgan Art. 4
§ 3 Vertrouwenspersoon integriteit en ongewenste omgangsvormen
1 De vertrouwenspersoon wordt aangewezen en van zijn taak ontheven door de secretaris-generaal.
2 Aanwijzing vindt, behoudens tussentijdse taakontheffing, plaats voor de duur van 3 jaar en kan telkens met 3 jaar worden verlengd.