Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten Art. 26
§ 3.2 Bijzondere voorschriften voor vloeistofhoogtemeters
Een vloeistofhoogtemeter is voorzien van de volgende opschriften:
a. de referentiehoogte; b. het opschrift ‘het nulpunt van de vloeistofhoogtemeter ligt ... mm beneden het referentiepunt’; en c. de aard en de karakteristieken van de te meten vloeistof.