Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten Art. 23
§ 3.1 Algemene eisen
1 De maximaal toelaatbare fout van een peilstok ingedeeld in eenheden van lengte bedraagt van de afstand van het nulpunt van de verdeling tot een willekeurige deelstreep: a. bij de eerste conformiteitsbeoordeling: plus of min (0,1 + 0,1L) mm; b. na ingebruikneming: plus of min (0,2 + 0,2L) mm, waarbij L het gehele getal voorstelt, dat de naar boven afgeronde waarde van de gemeten hoogte van een vloeistofspiegel in meters aangeeft.
2 De maximaal toelaatbare fout, bedoeld in het eerste lid, hoeft niet kleiner te zijn dan: a. bij de eerste conformiteitsbeoordeling: plus of min 0,6 mm; b. na ingebruikneming: plus of min 1,2 mm.