Rijksvisumwet Art. 2
Hoofdstuk I Algemeen
1 Deze wet is van toepassing op de verlening van visa voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen.
2 Onze Minister van Buitenlandse Zaken is belast met de verlening van de visa, bedoeld in artikel 2 van de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 2001, nr. 539/2001/EG (Pb EU L81) voor de toegang tot Nederland. Bepalingen omtrent andere visa voor de toegang tot Nederland dan bedoeld in de eerste volzin worden bij of krachtens de wet vastgesteld.